Interview Johan Krijgsman: “We hebben nieuw marktaandeel gezocht en gevonden”

22 november 2017

Wie denkt dat bouwbedrijven op dit moment ‘binnenlopen’, heeft het mis. Ondanks het grote aantal orders staan de marges namelijk flink onder druk in bepaalde sectoren. Johan Krijgsman van woningbouwer Waal vertelt hoe de onderneming zich in deze periode ontwikkelt tot een nieuwe, verbeterde versie van zichzelf om meerwaarde te leveren aan haar klanten.

‘De bouwsector is laatcyclisch,” legt Krijgsman uit. ”De meeste bouwbedrijven draaiden nog tot drie à vier jaar na de crisis fantastisch. De pijplijn zat immers nog vol projecten. Veel bedrijven, waaronder wij, hebben daarna fors moeten inleveren op rendement en omzet.”

Langdurig proces
Dat de bouwsector laatcyclisch reageert, heeft ermee te maken dat nieuwbouwprojecten van langdurige aard zijn. De daadwerkelijke bouw zit pas in het staartje van het hele proces van planvorming tot oplevering. Doordat veel bedrijven in de bouwketen zijn gekrompen tijdens de moeilijke periode, is er nu een gebrek aan capaciteit ontstaan. Dat uit zich in een tekort aan materiaal (zoals heipalen) en aan vakmannen.

DAEB en niet-DAEB
Daar kwam bij dat een deel van de orders van Waal wegviel door nieuwe regelgeving omtrent de DAEB en niet-DAEB-activiteiten van woningcorporaties. Grote nieuwbouwprojecten werden door de corporaties geschrapt, terwijl deze branche juist een van de grootste afnemers was voor Waal. ”Wij hebben gelukkig al snel nieuw marktaandeel gezocht én gevonden bij beleggers. Inmiddels zitten we weer op het oude niveau qua capaciteit en omzet. Ook de opdrachten vanuit corporaties zijn weer in opkomst en wij staan te popelen om in het ons bekende marktsegment aan de slag te gaan.”

Waal heeft in 2015 de focus volledig op woningbouw gelegd. ”We besloten om niet meer te acquireren op maatschappelijk vastgoed zoals scholen. Want daarbij heb je eigenlijk nooit hetzelfde bouwsysteem en je hebt bovendien een eenmalige opdrachtgever. Selectie gaat hierdoor altijd op (de laagste) prijs. We zagen er op lange termijn geen brood in. Sindsdien richten we ons helemaal op woningen, zowel gestapeld als grondgebonden.”

Hogere inkoopprijzen
Het tekort aan materiaal en mankracht leidt tot hogere inkoopprijzen voor bouwbedrijven. De marges staan hierdoor onder druk. ”Een kwart van de banen is verdwenen: van loodgieters tot tegelzetters en van metselaars tot stukadoors. Je moet als bouwbedrijf capaciteit ‘inkopen’ en dat doe je door hiervoor een hogere prijs te betalen. Die partijen kunnen dat immers ook vragen, want er is voldoende werk en er was werkelijk noodzaak tot prijsverbetering omdat ze anders ook geen bestaansrecht hebben.”

Marges
Ook zijn er ondanks de mindere periode voor de bouwsector volgens Krijgsman nog te veel aanbieders. ”Er zijn wel minder maakpartijen (vakmannen), maar niet echt substantieel minder bouwbedrijven. Het gekke is dat er daardoor nog veel concurrentie bestaat, terwijl de capaciteit veel schaarser is geworden. Je strijdt daarom niet (alleen) op kwaliteit, maar vooral op prijsvorming. Bouwbedrijven moeten laag in hun marges gaan zitten om het project gegund te krijgen. En dat maakt het vervolgens lastiger om te innoveren, want je bent aan het trekken en aan het duwen om het voor die lage prijs te maken.”

Balans
Veel aannemers worstelen dan ook met het vinden van de juiste balans tussen de toename in het aantal orders, de noodzaak om te (blijven) innoveren, de schaarste aan vakmannen én de hogere inkoopprijzen. ”Maar,” zo stelt Krijgsman,”de komende jaren krijgen de meeste bedrijven weer een gezonder rendement. Dat is ook nodig om de sector niet verder uit te hollen. Er is immers een enorm woningtekort.”

In het tweede deel van dit interview deelt Krijgsman de precieze manieren waarop Waal zich ontwikkelt. Hij gaat dan in op innovatie (zowel gericht op de huizenkoper als binnen de bouwketen), het streven naar de hoogst haalbare efficiëntie en het gebruik van nieuwe technologie zoals BIM. Het tweede deel van dit interview verschijnt volgende maand op vastgoedjournaal.nl.