Afzwaaien na 42 jaar

Jos van Hulten gaat weg na 42 jaar: ‘Een hekel aan het werk heb ik nooit gehad’. Voor iemand met een opleiding tot machinebankwerker en in de fijnmetaal heeft hij het opvallend lang volgehouden bij Waal. Ruim 42 jaar en drie maanden, rekent Jos van Hulten (65) uit. Maar aan alles komt een eind. Bij Waal was hij jarenlang vlechter, hij hield tussendoor de materieeldienst bij en eindigde als ervaren rot in de tunnelgietbouw. Is er licht aan het eind van de tunnel, als hij stopt? ‘Ik ga me echt niet vervelen’, zegt de 65-jarige inwoner van Wagenberg.

Meer dan veertig jaar bij één baas. ‘Ik ben wel vier, vijf keer gevraagd door andere bedrijven. Maar je denkt toch niet dat het gras ergens anders groener is? Het was hard werken bij Waal, maar ik had altijd een goeie ploeg en ik heb nooit om m’n geld hoeven vragen. Bij Waal was het perfect geregeld’, zegt Jos op zijn laatste vrijdag. Een officieuze werkdag is het. Normaal heeft hij vrij, maar onder valse voorwendselen is hij naar de put van Neerlandia gelokt, de appartemententoren aan de Nieuwe Waterweg in Maassluis. Straks rijdt de snackkar voor, daarna volgt een rondvaart per sleepboot over het water. Langs toren de Elbe en het project dat Jos – bescheiden – als hoogtepunt van zijn loopbaan ziet. ‘Dat was de Albatros. Geen simpel gebouw. Het buigt naar voren toe, het gaat van groot naar klein. Er zaten wel duizend gaten in tunnels voor de wanden. Dan moet je wel het goeie gat hebben. Maar we hadden het allemaal goed bekeken!’

Elektrotechnisch bedrijf
Op z’n zeventiende gaat Jos werken. Na een opleiding als machinebankwerker en in de fijnmetaal lonkt er een baan bij Fokker. Tijdens zijn schooltijd verdient hij bij in een elektrotechnisch bedrijfje waar hij blijft hangen. ‘Maar het bedrijf ging failliet. Een paar maanden heb ik nog bij een ander elektrotechnisch bedrijf gewerkt. M’n zwager werkte toen in Willemstad, hij was vlechter bij de sluizen. “O, dat kan ik ook wel”, dacht ik. Ik ging ineens van 90 naar 180 gulden in de week!’

Als het ‘altijd maar gezeur en gezeik’ is met de koppelbaas solliciteert Jos bij Waal, toen nog Van der Waal. Het ambachtelijke vlechten ligt hem. ‘Ik kon altijd goed tekeningen lezen. Je had veel gasten die konden alleen knopen. Maar dat kan iedereen leren. Maar waar het om gaat is de tekening.’ Als het vlechtwerk na tien jaar wordt uitbesteed (‘dat was goedkoper’) gaat Jos verder in de tunnelgietbouw, het maken van vloeren en wanden met een systeemkist in één arbeidsgang. ‘Dat had ik nog nooit gedaan. Ik heb het mezelf aangeleerd. Net als metselen en tegelzetten. Ik hoef iets maar een paar keer te zien en dan kan ik het. Ik heb ook mijn eigen huis gebouwd.’

Versleten schouders
Het is zwaar werk, maar Jos kent z’n grenzen. ‘Je had er collega’s bij die twee keer zoveel sjouwden als ik. Maar die jongens zijn onderhand helemaal op. Ik heb alleen versleten schouders. Een hekel aan het werk heb ik nooit gehad. De laatste jaren heb ik het zware werk niet meer hoeven doen en ben ik een dagje minder gaan werken. Of ik weleens ziek ben geweest? Het zal wel maar dat is lang geleden. Toen hadden we een werk aangenomen in Wateringseveld, bij Den Haag. Daar zijn wel een paar uurtjes in gaan zitten. Het kon eigenlijk niet: drie maanden lang waren we elke dag ’s avonds om acht uur klaar. Dan was het naar huis, eten en een paar uurtje slapen. Ik zat tegen een hernia aan.’ Door het werk kan hij nu gebruikmaken van de ‘zwaarwerkregeling’ en voor zijn officiële pensioendatum stoppen.

Leerling
Met spijt in het hart ziet hij dat opvolgers in de tunnelgietbouw niet staan te trappelen. ‘Zeven jaar terug kon ik een leerling erbij krijgen, Quint Lammerse. Of ik leermeester wilde worden. “Da’s goed, maar hij moet het wel echt willen”, zei ik, anders ga ik door het dak. Hij kwam uit Terheijden, ik haalde hem elke dag op. En het ging steeds beter. Nou staat hij hier alles te regelen.’

Jonge gasten
Alles regelen, dat deed ook Jos graag. ‘Bij het opstarten van een werk wil ik altijd weten hoe we het gaan doen. Of het niet beter of slimmer kan of makkelijker werken is. Daar hebben we heel veel geld mee bespaard. Nee, de jongens op kantoor hebben daar niet echt kijk op. Die hebben het zelf nooit gedaan. Werkvoorbereiders komen tegenwoordig van school. Wat weten die jongens nou? Vroeger zei je van iemand die tien jaar op de bouw had gelopen: dat zou later weleens een goeie uitvoerder kunnen worden. Ook die komen nu van school. Maar ik had weinig te maken met die jonge gasten, ik had altijd een vaste ploeg van een man of vijf, zes.’

Op het podium bij The Trammps
Jos wekt niet de indruk dat hij straks niet weet wat te doen met zijn vrije tijd. Zoals hij ook ‘vroeger’ al tijd tekort kwam. Hij was dj met z’n eigen drive-in show (‘jammer dat ik die 20.000 singeltjes heb verkocht’), hij verhuurde geluidsinstallaties (‘bij een optreden van The Trammps in Made waren vijf kaarten verkocht, we mochten op het podium gaan zitten en ze gaven een show van hier tot Tokio’) en hij runde een piratenzender (‘zelfs de politie vroeg bij ons plaatjes aan’). ‘Ik ga me echt niet vervelen. We hebben een boot. Eindelijk kunnen we eens grotere tochten gaan maken.’ Jos, we zullen je missen…

Tekst: Jan Luijendijk
Foto’s: Piet Mes